Inclusief onderwijs vraagt wat van de leerkrachten. Hoe is inclusief onderwijs mogelijk ten tijde van landelijke lerarentekorten?

Het realiseren van inclusief onderwijs lijkt uitdagend in tijden van een landelijk lerarentekort, omdat leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften vaak meer aandacht en personeel vragen. Tegelijkertijd kan dit tekort juist kansen bieden om het systeem te vernieuwen. Inclusief onderwijs vraagt niet om alle kinderen in één klas te plaatsen, maar om een transformatie van het onderwijs waarin samenwerking en verbinding centraal staan.

Multidisciplinair overleg – bijvoorbeeld tussen jeugdzorg, samenwerkings­verbanden, gemeenten en speciaal onderwijs – kan helpen om kennis te bundelen en sneller oplossingen te vinden. Bovendien kan inclusief onderwijs het lerarentekort deels opvangen door het beroep van leraar aantrekkelijker te maken: er ontstaat meer ruimte om samen te werken (bijvoorbeeld via co-teaching), onderwijs vorm te geven en rekening te houden met de diversiteit van leerlingen. Dit benadrukt de waarde van het leraarschap en vraagt om lerarenopleidingen die avontuurlijke, samenwerkende professionals opleiden in plaats van enkel generalisten die zelfstandig opereren.

Inclusief onderwijs is te duur: extra ondersteuning op school kost veel te veel geld

Het klopt dat extra ondersteuning meer geld kost. Dit zou echter niet moeten betekenen dat onderwijs in zijn geheel duurder wordt, maar dat er een herverdeling plaatsvindt van de bestaande middelen. Scholen willen op de langere termijn investeren in een duurzaam systeem met flexibele lesprogramma’s, co-teaching, aanvullende expertise en scholing voor leraren, wat vraagt om meer financiële zekerheid. Het ideaalbeeld is dat het onderscheid tussen regulier en speciaal onderwijs verdwijnt, zodat alle schoolteams zich bekwamen in zowel het ‘gewone’ als het ‘speciale’ onderwijs en het beschikbare budget eerlijk over alle scholen wordt verdeeld.

Binnen scholen is daarbij een transparant verdeelsysteem nodig, zodat middelen terechtkomen bij de groepen en leerkrachten die de ondersteuning het meest nodig hebben. Voor leerlingen met een intensieve zorgbehoefte, zoals hulp bij dagelijkse verzorging, medische zorg of extra toezicht, is in Nederland financiering beschikbaar via de Wet Langdurige Zorg, de Jeugdzorg en de zorgverzekering. Deze middelen kunnen zowel in regulier als in speciaal onderwijs worden ingezet en zijn vaak omvangrijk genoeg om, indien nodig, een-op-een begeleiding op school te bekostigen.

Leerkrachten missen kennis over kinderen met een extra ondersteunings­behoefte

Het klopt dat leerkrachten niet altijd de specifieke kennis hebben om goed in te spelen op de extra ondersteunings­behoefte van sommige kinderen, maar dat hoeft geen probleem te zijn. Voor vragen zoals hoe een kind met Downsyndroom leert lezen of hoe je rekening houdt met slechthorendheid, kan samengewerkt worden met gespecialiseerde leerkrachten of experts. Het liefst gebeurt dit in de klas zelf, in plaats van via ambulante begeleiding. In Italië is dit al gebruikelijk: daar worden niet alleen onderwijsassistenten ingezet, maar worden ook gespecialiseerde leerkrachten tijdelijk toegevoegd aan het schoolteam zolang een kind met een specifieke beperking op de school zit.

Bij inclusief onderwijs gaat alle aandacht naar de kinderen met een extra leerbehoefte, en komen de andere kinderen tekort

De aanname die onder deze vraag ligt is dat de leerkracht ieder kind even veel individueel aandacht geeft. Dit is niet zo: de leerkracht heeft technieken ontwikkeld om op meerdere niveaus (individueel en gezamenlijk) instructie te geven, zoals peer tutoring en gedifferentieerde werkopdrachten. Denk bijvoorbeeld aan Montessori onderwijs: hierbij hebben kinderen van verschillende leeftijden, en daarmee dus op verschillende niveaus, les in dezelfde klas.

Inclusief onderwijs werkt niet voor kinderen met een grotere ondersteunings­behoefte

Het idee dat ‘regulier’ onderwijs niet passend is voor kinderen met een extra ondersteunings­behoefte, komt voort uit het idee dat kinderen een bepaald niveau bereikt moeten hebben op een bepaalde leeftijd. Dit is niet in lijn met de realiteit: sommige leerlingen leren sneller dan anderen, op verschillende gebieden. Sommige kinderen leren sneller op sociaal vlak, andere kinderen leren sneller op academisch vlak.

We kunnen kinderen met verschillende leerbehoeften niet in één klaslokaal bedienen

Inclusief onderwijs houdt niet in dat alle leerlingen in één klas precies hetzelfde onderwijs ontvangen. Inclusieve scholen zorgen ervoor dat er voor leerlingen gedifferentieerd kan worden en er rekening kan worden gehouden met diens leerstijl en ondersteuningsbehoefte. Dit kan met strategieën als universal design for learning, gedifferentieerde instructie, coöperatief leren, peer tutoring, multilevel instructie, co-teaching en teamteaching. Scholen die inclusief onderwijs bieden binnen een leerstofjaarklassensysteem werken naast de jaarklassen met leerpleinen of ruimtes waar leerlingen een deel van de lestijd kunnen werken, om in te spelen op specifieke behoeftes van kinderen.

Inclusief onderwijs is een utopie: dat kan toch nooit de realiteit worden?

Jawel! Op verschillende plekken ter wereld is inclusief onderwijs al jaren de norm. Dit kunnen landen zijn die binnen het gehele onderwijssysteem inclusief onderwijs aanbieden, zoals Portugal, Noorwegen, Schotland, Italië, Nieuw-Zeeland, en verschillende staten in de VS. Op kleinere schaal kunnen ook groepen scholen inclusief onderwijs aanbieden, zoals in London. Inclusief onderwijs is dus in verschillende vormen en op verschillende organisatorische niveaus met succes ingevoerd.